Volkstuinvereniging De Flevotuin ...samen werken aan een stukje paradijs in Almere

Start » Teelt

Teelt

Wisselteelt advies

Jaarlijks publiceert de vereniging in het decembernummer van de Tuinkrant een teeltschema voor wisselteelt. Het advies is om dit teeltschema te volgen en zo uitputting van de bodem en bodemziekten te voorkomen. Het schema voor 2012 ziet er als volgt uit:

vruchtwisseling 2012vruchtwisseling 2012


Aardappelteelt voorschrift

Aardappelmoeheid is een ziekte die wordt veroorzaakt door aaltjes (voor aardappels zijn dat de Heterodera soorten).  Eenmaal aangetroffen is aardappelmoeheid niet te bestrijden. Daarom mag wettelijk slechts eens in de vier jaar hetzelfde stuk grond gebruikt worden voor aardappelteelt.

Om aardappelmoeheid en aardappelziekte te voorkomen wordt door het bestuur van de Flevotuin elk jaar, op advies van de Plantenziektenkundige Dienst te Wageningen, een bindend vruchtwisselingschema (1: 4) opgesteld. Het is verplicht om dit schema te volgen als je op de Flevotuin aardappels wilt telen en ook moet goedgekeurd pootgoed worden gebruikt. Het schema en meer informatie is te vinden bij aardappelteelt regels

Aardappelziekte wordt veroorzaakt door een schimmel (genaamd: Phytophtora infestans). Naast aardappels kunnen ook andere nachtschadegewassen zoals tomaten hierdoor worden aangetast. In het kader van landelijke bestrijding is de vereniging verplicht maatregelen te nemen om Phytophtora besmetting te voorkomen en wanneer toch een besmetting wordt geconstateerd de gevolgen daarvan te beperken. Als planten op je tuin zijn aangetast door deze schimmel moet je ze direct van de tuin verwijderen (dus niet op de composthoop gooien) en de tuincommissie informeren.


 Vogelgriep en afschermplicht

Houders van duiven, kippen en ander pluimvee op de flevotuin dienen in de gaten te houden of er van overheidswege een afschermplicht van kracht is en zich daaraan te houden. Dit ter voorkoming van besmetting met vogelgriep in Nederland. Vogelgriep is een zeer besmettelijke virusziekte die overdraagbaar is op pluimvee en op een aantal andere vogelsoorten.

De maatregel houdt het volgende in:

  • Duiven, kippen en ander pluimvee in een ruimte houden die aan de bovenkant ondoorlatend is.
  • De zijkanten minimaal af te schermen met gaas, zodat contact met andere vogels niet mogelijk is.
  • De dieren geen oppervlaktewater laten drinken, zoals water uit sloten.

Actuele informatie over geldende regelingen en adviezen staat op de website van LNV.


Bestrijdingsmiddelen

Het is de bedoeling dat het tuinieren op de Flevotuin zo milieuvriendelijk mogelijk gebeurt en dat u uw tuin vrij houdt van onkruiden. Alleen bestrijdingsmiddelen die genoemd zijn in het Huishoudelijk Reglement mogen worden gebruikt.
 


 Meststoffen

Er bestaan veel verschillende meststoffen. Hieronder een beknopt overzicht.
 
  • Stalmest
    Deze mest bevat veel kleefstoffen, en kan beter niet worden gebruikt op kleigrond, omdat de grond dan te kleverig en moeilijker te bewerken wordt.
  • Kippenmest
    Omdat kippenmest erg veel kalk bevat, kan het ook op zure gronden worden toegepast. Kippenmest bevat erg veel voedingsstoffen. In verband met verbranding mag niet meer dan 1,5 kilo per m2 worden gebruikt. 
  • Compost
    Compost kunt u zelf maken van tuinafval, of kant en klaar kopen. De voedingswaarde is gering. Het materiaal dient voornamelijk om de structuur te verbeteren van de grond. 
  • Hoornkorrels en bloedmeel
    Dit zijn stikstof (N) meststoffen. Stikstof heeft een stimulerende werking op de groei van de plant. Te veel stikstof kan de groei te sterk stimuleren, waardoor een plant ontstaat die gevoelig is voor ziekten. Hoornkorrels en bloedmeel kunnen gebruikt worden voor prei en late koolsoorten. 
  • Kieserit
    Dit is een grondverbeteraar.
  • Poederkalk, Kalkmergel, Maerl
    Dit zijn enkelvoudige kalkmeststoffen. Het zorgt voor de stevigheid van de plant, maakt de grond minder zuur en werkt gunstig op de bodemstructuur. Kalk kunt u het beste voor het spitten toedienen of in de compostbak.
  • Kunstmest
    Dit zijn meststoffen in poedervorm. Kunstmest verbetert de bodemstructuur niet, maar heeft wel invloed op de voedingstoestand van de bodem. Organische meststoffen zijn doorgaans milieuvriendelijker dan kunstmest. Voorbeelden van kunstmest zijn:
    Mengmeststof 12 + 10 + 18
    Kan gebruikt worden als basisbemesting. Deze meststof bestaat uit 12% stikstof (N), 10% Fosfaat (P), 18% Kaliummeststof (K). Kunstmest mag in verband met verbranding NOOIT op jonge of natte planten worden gestrooid.

    Superfosfaat
    Een snelwerkende fosfaat (P) meststof die tevens zorgt voor een hogere pH-waarde. Fosfaat stimuleert de vorming van wortels en knollen. Gewassen die veel zaden produceren (zoals peulvruchten) hebben in het algemeen wat meer behoefte aan fosfaat.
    Thomasslakkenmeel
    Een langzaamwerkend fosfaatmeststof.
     
    Kalk-salpeter en Chili-salpeter
    Dit zijn snelwerkende stikstof (N) meststoffen,ook wel bekend als opjagers, die vooral tijdens de teelt als bijmesting kunnen worden gebruikt. Na een droge periode strooien en inharken, of oplossen in water en voorzichtig gieten.
    Kalkammon-salpeter, Magnasamon en Gold N
    Kalkammon-salpeter kan gebruikt worden voor aardappels en vroege kool als extra meststof. De hier genoende producten bestaan voor een deel uit langzaam werkende meststof, waardoor zij geschikt zijn als basisbemesting. Patentkali
    Dit is een snelwerkende kali (K) meststof. Voor peulvruchten en bonen, ter voorkoming van voetziekte. Stimuleert de vorming van nieuwe blaadjes en de doorstroming van voedingsstoffen in de plant.   

 Bacterievuur

BacterievuurBacterievuurBacterievuur is een erg besmettelijke zieke die fruitbomen en struiken aantast. U moet de ziekte meteen bestrijden als u symptomen waarneemt en ook de tuincommissie waarschuwen, zodat ze kunnen controleren of de ziekte ook elders op het complex aanwezig is.

Meer lezen over bacterievuur (ook wel perenvuur genoemd).

BijlageGrootte
bacterievuur.pdf208.9 KB